Week 37 / 2026
- By Daan
- 11 september 2026
In week 37 van 2026 draaide de wereldwijde beurshandel vooral om de olieprijs en de onrust in het Midden-Oosten. Houthi-strijders in Jemen namen de havenstad Mokha in. Die plek is belangrijk voor de olietransporten via de Rode Zee. Er waren ook meer aanvallen op de scheepvaart in de regio. Daardoor liep de prijs van een vat Brent-olie op naar zo’n honderdtien dollar. Dat is het hoogste niveau in maanden. Een hogere olieprijs kan de inflatie aanjagen. Dat zorgde voor onrust op de beurzen.
Op Wall Street gingen de indices donderdag nog omlaag. De S&P 500 verloor ruim een half procent. De Nasdaq zakte bijna een procent. Ook de Dow Jones sloot lager. Beleggers houden rekening met een renteverhoging door de Federal Reserve. Duurdere olie kan namelijk de inflatie opstuwen. Die onzekerheid maakte beleggers voorzichtig. Geld vloeide naar veiligere beleggingen.
In Azië was het beeld somberder. Beurzen in Tokio en Seoel verloren tot twee procent. Sydney en Hongkong leverden ongeveer een procent in. Veel Aziatische economieën zijn sterk afhankelijk van olie-invoer. Daarom voelt de regio de onrust extra sterk.
Europa liet vrijdag juist herstel zien. De Stoxx Europe 600 won een half procent. De Duitse DAX steeg ongeveer zeven tiende procent. Ook de Franse, Britse en Italiaanse beurzen gingen omhoog. Toch dreigt voor Europa op weekbasis alsnog een verlies. De eerdere onrust rond de olieprijs drukte namelijk een groot deel van de week de stemming.
Kortom: geopolitieke spanningen en een hogere olieprijs bepaalden deze week het wereldwijde beursbeeld. Amerika, Azië en Europa reageerden daarbij elk anders.